Royal Léo : 125 jaar en nog altijd even jong!

Met 3000 leden, waarvan bijna de helft juniores, ademt de Royal Léopold Club gezondheid en wel- vaart uit. De prestigieuze Ukkelse club heeft zijn wedergeboorte perfect ingevuld die in 2009 werd ingeleid door de felbetwiste  sloop van zijn Court Central. Vandaag beantwoorden de moderne en complete infrastructuren helemaal aan alle verwachtingen. De afdelingen tennis en hockey vullen elkaar perfect aan en parallel beschikt de club ook over een fitnesscenter, een centrum voor multidisciplinaire revalidatie, een kwaliteitsrestau- rant en tal van diensten. Dit alles in een schitterend kader ten zuiden van Brussel. Er is dan ook een hele weg afgelegd sinds er voor het eerst tegen een bal werd… getrapt, nu 125 jaar geleden.

 

Voetbal voor tennis

Want ja: bij de oprichting was de ‘Léo’ een… voet- balclub. De geboorteakte verwijst naar 11  febru- ari 1893 en werd opgemaakt ten huize van Albert de Bassompierre, in aanwezigheid van een dozijn aristocraten. Zij waren gek van voetbal en wilden de sport in ons land promoten. Kapitein Reyntiens leidde de bijeenkomst en stelde de naam Léopold Club voor, als eerbetoon aan koning Leopold I waar- van hij de ordonnansofficier was.

De Léopold FC speelde in een eerste fase in het park Leopold II en vervolgens op velden aan het Jubelpark, de nationale Schietbaan, het Ter Kamerenbos en Ten

 

Wel ja: bij de geboorte was de Léo een… voetbalclub.

 

Bosch (de huidige Louis Lepoutrelaan). De laatste in het lijstje werd gehuurd van baron Georges Brugmann. Het was daar dat de tennisafdeling in 1898 geboren werd. Die omvatte een 15-tal velden, waarvan een derde op gras. Een paviljoen, dat op de Wereldten- toonstelling van 1897 werd aangekocht, diende als clubhouse. Het jaarlijks lidgeld bedroeg 20 frank.

In die tijd was Ukkel nog bijzonder groen, maar al snel doken de eerste vastgoedprojecten op. Daarom verhuisde de Royal Léopold Club in 1900 een beetje verderop en naar een terrein van 7,5 ha dat even- eens van de familie Brugmann werd gehuurd. Het- zelfde waar het ook nu nog altijd gevestigd is!

Het is de grote verdienste van de toenmalige club- leiders dat zij – als echte visionairen – de uitbreiding van de stad goed hadden ingeschat en zij de nodige grondwerken en de aanplantingen in het park lie- ten uitvoeren. Het is dankzij hen dat de club, die in een echte groene oase werd opgericht, traditioneel beschouwd wordt als een van de mooiste van Europa. Met dank aan de honderdjarige eiken want zij zijn de bevoorrechte getuigen van dat prachtige verhaal.

‘Belgische Wimbledon’

Reeds in het begin van de 20e eeuw trok de Royal Léopold Club de ‘multisportkaart’. naast voetbal en tennis was er immers ook hockey op gras (afdeling opgericht in 1900), atletiek en zelfs – volgens som- mige archieven – golf. Een DnA dat de club ook in de volgende 125 jaar zou behouden; een club ‘Réservé aux jeunes gens de la bonne société’, zoals in 1929 te lezen stond in een ‘bulletin officiel’. Herman David, voormalig voorzitter van de prestigieuze All England Club, had beslist geen ongelijk toen hij de Royal Léo- pold Club omschreef als het ‘Belgische Wimbledon’. De Ukkelse club is ook altijd blijven zweren bij de echte waarden, zoals respect, traditie en fair-play. In 1952 kocht de club van de familie Brugmann 5,5 van de 7,5 ha die het tot dan huurde. De verkoop- prijs was bijzonder voordelig. De enige voorwaarde: het domein moest zijn sportieve roeping behouden. Dankzij een kapitaalsverhoging waaraan heel wat leden en enkele families van mecenassen deelnamen (Washer, de Launoit, Brugmann, enz.), werd de transactie snel afgerond. Iedereen blij, dus, maar toch één schaduwvlek: omdat de hockeysport groeide en er minder hectaren ter beschikking ston- den, was er geen plaats meer voor de pionierende voetbalafdeling die zijn toevlucht moest zoeken op naburige terreinen.

nu het eigenaar was geworden, deed de Royal Léo- pold Club heel wat investeringen. Vanaf 1953 werd het chalet, dat als clubhouse diende, uitgebreid en gemoderniseerd. Uit die periode dateert ook de aan- leg van de legendarische Court Central, een stadion dat tot 4500 toeschouwers kon ontvangen en zou uitgroeien tot dé Belgische tennistempel.

Er is een boek – zeg maar een bibliotheek – nodig om alle topmomenten te belichten uit zijn bestaan. Maar het is duidelijk dat de Inter-zonefinale van de Davis Cup in 1957,  waar België het tegen Ita-   lië opnam, in het geheugen blijft gegrift van allen die dit moment van dicht of ver hebben beleefd. Er dienden tribunes bijgebouwd om de  volksstroom te kanaliseren. Er moeten zo’n 7000 toeschouwers zijn geweest om de ontmoeting te volgen die op maandag werd afgerond en voor uitbundige vreug- detaferelen zorgde. Dankzij de overwinning van Phi- lippe Washer tegen nicolas Pietrangeli ging de titel inderdaad naar België. Het was meteen het eerste topmoment uit de Belgische tennisgeschiedenis en dit vergrootte mee de internationale bekendheid van de Royal Léopold Club.

De evolutie

Door het grote succes had de Royal Léopold Club makkelijk op zijn lauweren kunnen gaan rusten of op zijn herinneringen teren. Dat deed het niet, inte- gendeel, want de dynamische en ambitieuze club dacht en werkte toekomstgericht en evolueerde mee met zijn tijd. Zo was hij een van de pioniers bij de oprichting van jeugdscholen en dit zowel voor tennis als voor hockey.

Tegelijk stapte de club op een vastberaden manier de 21e eeuw in. Zo startte hij in 2009 en na lang wik- ken en wegen een groot renovatieprogramma op. In die sleutelperiode dongen twee projecten naar de gunsten van de aandeelhouders. Het ene, dat door de familie Washer werd gesteund, bepleitte de radi- cale omvorming van de club tot een centrum voor sport, revalidatie en wellness, naar het beeld van Aspria. Het andere, klassieker, beoogde een gelei- delijke modernisering. Een evolutie in plaats van een revolutie. Uiteindelijk kozen de aandeelhouders na heel wat verhitte debatten voor optie 2.

De nieuwe Royal Léopold Club zag het levenslicht in 2009. De legendarische Central werd gesloopt om plaats te maken voor twee overdekte courts op de benedenverdieping en voor drie openluchtkunstvel- den op het dak. Parallel werden twee hockeyvelden aangelegd teneinde in te spelen op de toenemende belangstelling van de jeugd voor deze sport.

De beslissing om de mythische Central te slopen kwam er niet zonder slag of stoot en deed enkele tranen vloeien. Maar zij sloot perfect aan bij de noodwendigheden van toen. Belangrijke tennispar- tijen werden steeds vaker indoor gespeeld en daar- door had de Central geen echte missie meer. Dankzij deze nieuwe architectuur beschikken de clubleden nu over een zeer complete infrastructuur op topniveau.

Project ‘Léo 21’

De Royal Léopold Club is dus 125 jaar oud, maar voelt zich jonger dan ooit. Van rimpels is geen sprake. 25 tenniscourts op 6 verschillende bodems, 2 hockeyvelden (1 nat en 1 zand), een fitnesszaal met de modernste apparatuur, een klasse-restau- rant in het heringerichte clubhouse, ruimtes voor bar, snack en salons, een bridgezaal en zelfs een multidisciplinair revalidatiecentrum: het plaatje is compleet! Ook de padelcourt wordt niet vergeten, want die komt er bij in 2019. Kers op de taart: Pierre Wynants, de beroemde chef van Comme chez Soi, levert nu ook zijn bijdrage aan de samenstelling van de menukaart in het restaurant en dit in overleg met de nieuwe gerant Patrick Duhaut.

De Royal Léopold Club heeft 3000 leden, waarvan 1100 in de afdeling tennis, 1100 in de afdeling hoc- key en 500 in het fitnesscentrum dat steeds meer succes kent. Ter vergelijking: voor de transformatie in 2007 telde de club ongeveer 1800 leden. ‘Alles wel beschouwd is de overgang dus perfect verlopen. De Royal Léopold Club is trouw gebleven aan zijn ziel en zijn roeping. Het deed dat door zichzelf in vraag te stellen en een nieuw tijdperk in te slaan’, aldus Bernard Lescot, al 20 jaar voorzitter van het directiecomité. Hij begeleidde deze evolutie samen met Luc de Ridder en Philippe Verdussen, de huidige voorzitter van de raad van bestuur.

De Ukkelse club, die met trots en respect terugblikt op zijn verleden, focust meer dan ooit op de toekomst. Het is geen toeval dat de jeugdwerking er op volle toeren draait en dat de jeugdschool van tennis en hockey uitgroeiden tot echte referenties. Zo telt de tennisafdeling 650 juniores en de hockeysectie meer dan 700!

Het project ‘Léo 21’, zo genoemd naar analogie met COP 21, symboliseert deze ingesteldheid tot in de perfectie. ‘Het is bedoeld om van onze club een voor- keurplek te maken waar het aangenaam toeven is. En waar de waarden van gezin, vriendschap, respect en sportieve prestaties essentieel zijn en van genera- tie op generatie worden overgedragen’, stelt Philippe Verdussen, de locomotief achter dit project.

Het concept heeft eveneens tot doel om van de Royal Léopold Club de referentie te maken op het gebied van milieubeheer, duurzaamheid en eco- verantwoordelijkheid. Alle clubjongeren worden bij deze uitgenodigd om die moderne filosofie te res- pecteren. De toekomst ligt er in goede handen!